Dure geneesmiddelen (DGM) zijn geneesmiddelen die (uitgaande van de definitie zoals opgenomen in de ‘Prestatie- en tarieventabel add-on geneesmiddelen’ van de Nederlandse Zorgautoriteit) meer dan €10.000 per patiënt per jaar kosten.

 

Nieuwe unieke geneesmiddelen zijn vaak duur. Hiervoor zijn meerdere mogelijke redenen aan te wijzen:

 

  • Op nieuwe unieke middelen rust vaak een patent waardoor ze een economisch beschermde positie genieten;
  • De producent/ontwikkelaar is een private onderneming met een winstoogmerk voor de aandeelhouders;
  • De producent claimt hoge ontwikkel- en productiekosten voor nieuwe unieke geneesmiddelen;
  • Producenten gaan bij de prijsstelling uit van een value based marketing-model. Dit wil zeggen dat een prijs gevraagd wordt waarvan wordt aangenomen dat de maatschappij bereid is hem te betalen;
  • Producenten gaan bij de prijsstelling ook uit van het principe van willingness to pay. Dit betekent dat ze rekening houden met het nationale vergoedingensysteem, prijsreguleringssystemen en de prijzen van bestaande behandelingen.

Uit voorlopige cijfers over 2018 blijkt dat de uitgaven aan dure geneesmiddelen verder groeien naar € 2,17 miljard. Zorgverzekeraars en ziekenhuizen slagen er steeds beter in om lagere prijzen af te spreken voor de geneesmiddelen, maar de groei van het aantal patiënten en de komst van nieuwe medicijnen zorgen ervoor dat de totale uitgaven aan geneesmiddelen sterk blijven stijgen.

 

Vooralsnog zijn deze geneesmiddelen beschikbaar voor iedereen die ze nodig heeft.

 

Bron : De Staat van Volksgezondheid en Zorg